| Het Vlaamse stedenbeleid 2009-2014 gaat voluit voor haar steden. Hierbij focust ze zich op de kracht van de stad als motor van maatschappelijke, economische en culturele vernieuwing, zonder de
kwetsbaarheid van de stad uit het oog te verliezen. Centraal staat het evenwicht tussen de
woon- en centrumfunctie van de stad. Dat evenwicht versterken ten voordele van de bewoners is
cruciaal. Het stedenbeleid van de Vlaamse overheid richt zich voornamelijk op de dertien centrumsteden: de grootsteden Gent en Antwerpen en de regionale steden Aalst, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout.
Monitoring van de Vlaamse omgeving en van het Vlaamse overheidsbeleid is een kerntaak van de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Dit resulteert in een reeks monitoringproducten die periodiek geactualiseerd worden. De Stadsmonitor, en de Stedenfondsrapportage maatschappelijke effecten zijn twee strategische instrumenten die onder impuls van het Vlaamse stedenbeleid zijn ontwikkeld en worden gerealiseerd door de Studiedienst in samenwerking met team Stedenbeleid.
De Stadsmonitor beantwoordt aan een toenemende nood binnen de overheid om een beter zicht te krijgen op de ontwikkelingen die zich in de samenleving – en meer specifiek in de steden – voordoen: ontwikkelingen waarvan de steden zelf hebben aangegeven dat ze relevant zijn voor de leefbaarheid en het beleid van de stad. De monitor is een meet- en leerinstrument dat de discussie over zowel het lokale als het Vlaamse stedenbeleid helpt onderbouwen. Aan de hand van meer dan 100 omgevingsindicatoren, waaronder ook subjectieve, biedt de Stadsmonitor waardevolle informatie over de evoluties in de steden en worden de pijnpunten en opportuniteiten zichtbaar die het toekomstige beleid kunnen helpen bepalen en aansturen. De indicatoren vindt u op de website Thuis in de stad.
In de stadsspecifieke rapporten Stedenfonds worden aan de hand van indicatoren maatschappelijke effecten opgevolgd van de doelstellingen opgenomen in de beleidsovereenkomsten.
De rapporten dragen bij tot een grotere transparantie van het beleid. Ze hebben de verschillende besturen aan het denken gezet welke richting ze met hun stedelijk beleid uit willen. De indicatoren zijn een hulpmiddel om dit verder te verduidelijken. Klik door naar de rapporten van het stedenfonds.
Ook in de jaarlijkse VRIND monitor (Pdf - 1,2 MB) gaat aandacht uit naar het Vlaamse stedenbeleid. De beleidsnota vormt de basis voor de indicatorenset. Hier wordt telkens gezocht naar indicatoren die het best het vooropgezette beleid en de mogelijke effecten er van in beeld kunnen brengen. Eigen aan een monitor zoals VRIND is het systematisch en periodiek opvolgen en presenteren van ontwikkelingen die voor het beleid relevant zijn; het opbouwen van reeksen is hierbij belangrijk. De focus ligt op de impact die het overheidsoptreden al dan niet heeft op maatschappelijke ontwikkelingen.
Voor de elektronische vrind stedenbeleid worden volgende indicatoren in beeld gebracht:
DEMOGRAFIE
1. Bevolking
2. Natuurlijke loop van de bevolking
3. Migratiesaldo
4. Veroudering van de bevolking
5. Ontgroening van de bevolking
6. Vergrijzing van de bevolking
7. Afhankelijkheidsratio van de bevolking
8. Groene druk
9. Grijze druk
10. Interne vergrijzing
11. Familiale zorgindex
12. Alleenstaanden
13. Aantal huishoudens naar personenaantal
ECONOMISCHE ACTIVITEIT
Fiscaliteit
14. Aantal aangiftes met een inkomen van minder dan 10.000 euro
15. Aantal aangiftes met een inkomen van meer dan 50.000 euro
16. Aantal aangiftes met een inkomen tussen 20.000 en 40.000
17. Totaal aantal aangiftes
18. Gemiddeld inkomen per aangifte
19. Interkwartielverschil
20. Mediaaninkomen
Ondernemen:
21. Aantal opgerichte ondernemingen
22. Aantal verdwenen ondernemingen
23. Aantal actieve ondernemingen
24. Nettogroeiratio ondernemingen
25. Oprichtingsratio ondernemingen
26. Uittredingsratio ondernemingen
ARBEIDSMARKT
27. Bezoldigde tewerkstelling naar sectoren sec, tertiair,en quartair
28. Werkzaamheidsgraad
29. Werkloosheidsgraad
30. Jobratio
31. Aantal NWWZ naar geslacht
32. Aantal NWWZ laaggeschoold
33. Aantal NWWZ nationaliteit
34. Aantal langdurig werkzoekenden
35. Aantal werkzoekenden jonger dan 25jaar
KANSARMOEDE & WELZIJN
36. Aantal leefloners
37. Aantal geboorten in kansarme gezinnen
38. Aantal personen met voorkeursregeling in de ziekteverzekering
39. Aantal personen met een gewaarborgd inkomen voor bejaarden
40. Aantal personen met een inkomensgarantie voor ouderen
41. Aantal plaatsen in de kinderopvang
ONDERWIJS
42. Aantal leerlingen met schoolse vertraging in de 2de en 3de graad per onderwijsvorm
43. Aantal leerlingen met schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs
44. Aantal leerlingen naar onderwijsvorm in de 2de en 3de graad
45. Aantal leerlingen in het gewoon lager onderwijs
WONEN
45. Aantal bouwvergunningen (residentieel (nieuwbouw, flats, renovatie)/niet residentieel,
46. Gemiddelde verkoopprijs per m² van een perceel bouwgrond
47. Gemiddelde verkoopprijs van appartementen, flats en studio's
48. Gemiddelde verkoopprijs van villa's, bungalows en landhuizen
49. Gemiddelde verkoopprijs van woonhuizen
50. Sociaal huurpatrimonium (flats, woningen, SV)
MOBILITEIT
51. Aantal verkeersslachtoffers (lichtgewond/zwaargewond/dodelijk)
52. Aantal km verharde weg (autosnelweg,…)
53. Afgelegde afstanden in het verkeer
54. Gebruiksintensiteit per km
Meer informatie:
Hilde Schelfaut
Studiedienst Vlaamse Regering
Monitoring Stedenbeleid & Platteland
Projectcoördinator Survey Stadsmonitor
Tel: 02/5536094 - 0486/493469
Boudewijnlaan 30, Brussel
|